|
| Schapenhoeden |

|
| Wolthera van de Selsterhof |
MANUSJE-VAN-ALLES
Tot het einde van de 19e eeuw hoorden schaapskuddes met hun schaapsherder
en herdershond bij het dagelijks beeld van Nederland. Schapen waren vooral nuttig door hun mest, die belangrijk was voor het
vruchtbaar maken van de heidegrond, zodat het geschikt werd voor landbouw, en daardoor waren schapen ook belangrijk voor het
voedsel van de mensen.
De schapen van praktisch elke boer uit
een gemeenschap werden iedere ochtend samengevoegd tot één grote kudde, zodat een herder met zo’n 1000 tot 2000 schapen
de heidegronden, wegbermen en stoppelvelden langstrok en er ’s avonds weer mee terugkeerde.
De taak van de herdershond bestond er vooral uit de schapen tijd en rust
te gunnen om hun buikjes vol te eten en ervoor te zorgen dat de schapen niet gingen eten op plaatsen waar het niet was toegestaan.
De hond hoefde hierbij het commando van de herder vaak niet eens af te wachten en kon een kudde meestal zelfstandig hoeden.
De Hollandse Herder is een hoedende herdershond, geen drijvende, zoals de Border Collie. Hij
fungeert als een lopend hekwerk. Daarbij loopt de hond zelfstandig langs zogenaamde grenzen, zodat de schapen daar niet overheen
gaan. Die grenzen bestaan bijvoorbeeld uit wegen, de overgang tussen heide en gras, of een denkbeeldige lijn die de herder
heeft aangegeven door een keer door het hoge gras heen en weer te lopen.
De
herder en zijn hond waren elke dag vele uren bij elkaar. Ze moesten goed op elkaar ingespeeld zijn om ook over grote onderlinge
afstand geen misverstanden te krijgen. Met een ongehoorzame of domme hond viel niet te werken. Met een domme, luie of slechte
herder moest de hond het werk grotendeels alleen opknappen, maar de band tussen herder en hond was er niet minder om.
Behalve het hoeden van de schapen had
de herdershond nog wat bijbaantjes:
Een herder was vaak ook stroper en de hond hielp hem daarbij. De hond bewaakte ook het huis en
het erf. De hond liep voor de hondenkar bij het wegbrengen van de melk van de boer, vaak over grote afstanden en in een vrij
hoog tempo. Als de hond oud werd en het zware werk werd overgenomen door een jongere hond, bleef hij thuis op de kippen, ganzen
en de kleine kinderen passen en hielp hij bij het verweiden van de koeien.

|
| Reza van de Vastenow |
UITERLIJK
De Hollandse Herder is een middelgrote, middelzware, flink gespierde hond met een krachtige, evenwichtige
en efficiënte bouw en een soepel gangwerk. Voor zijn oorspronkelijke werk was die bouw erg belangrijk. Hij moest urenlang
langs de kudde draven en de Hollandse Herder heeft dan ook een groot uithoudingsvermogen. Dit houdt wel in dat een uurtje
per dag wandelen veel te kort is voor de hond. Het is ook een erg gezond ras. Erfelijke ziektes komen nauwelijks voor en honden
van 14 jaar zijn geen uitzondering.
Er bestaan drie soorten variëteiten in de vacht van de Hollandse
Herder, namelijk de korthaar, de langhaar en de ruwhaar. Die laatste variëteit heeft een vrij korte, harde, warrelige vacht.
Qua bouw is er geen verschil tussen de variëteiten, maar de ruwhaar bijvoorbeeld, ziet er door zijn vacht vierkanter uit.
De kleur van de Hollandse herder is goud- of zilver-gestroomd. De grondkleur is goud en/of zilver,
de stroming is zwart en bestaat uit strepen over het hele lichaam.
Men ziet het liefst ook een zwart masker. Dat houdt in dat het hoofd van de neus tot een groot
deel van het voorhoofd zwart is.
| Langhaar |

|
| Kimba |
| Korthaar |

|
| Astor van de 's-Gravenschans |
| Ruwhaar |

|
| Quinto van de Passchin |
|
 |
KARAKTER
Hollandse Herders zijn vrolijke honden, aanhankelijk, de hele dag actief. Het liefst zijn
ze altijd bij de baas en ze zijn altijd oplettend. Ze hebben ook een goed gevoel voor rangorde en zijn daardoor gehoorzaam
en werkwillig. Maar dat betekent wel dat hij een echte baas boven zich moeten hebben staan.
De Hollandse Herder heeft een grote intelligentie
en zelfstandigheid. Hij is in staat veel te leren, leert snel en wil ook best graag gehoorzamen, maar als hij zich verveelt,
zoekt hij nogal eens zijn eigen spel. Het is een zeer waakse hond, maar als de baas erbij is, is het een allemansvriend.
De Hollandse Herder is ook een gevoelige
hond, gevoelig voor stemmingen in huis. Hij kan slecht tegen een harde aanpak of zware druk. Dit is ook zelden nodig en werkt
meestal averechts. De hond wordt er onzeker van en zal vermijdingsgedrag gaan vertonen. Gevoelig wil dus niet zeggen kleinzerig.
Dat kon hij bij zijn oorspronkelijke werk ook niet permitteren.
| IPO |

|
| Carl-Oscar van de 's-Gravenschans |
HET HUIDIGE WERK
Tegenwoordig zijn er niet veel Hollandse Herders meer actief bij een schaapskudde. De aanleg is
er echter nog wel.
Een aantal
dingen die je met je hond kunt doen zijn gehoorzaam-heidstraining, behendigheid en flyball, speuren en IPO (dit is een combinatie
van speuren, appèl en pakwerk). Verschillende honden zijn opgeleid tot politiehond en een aantal honden is werkzaam bij de
douane, als drugshond, of is explosievenhond. Ook worden Hollandse Herders wel ingezet bij reddingswerk, bijvoorbeeld bij
aarbevingen of als er iemand moet worden opgespoord die verdronken is. Er zijn er die worden gebruikt als jacht-hond en er
worden zelfs Hollandse Herders opgeleid tot blindengeleidehond.
Eigenlijk kan je bijna alles doen met een Hollandse Herder. Als hij maar
iets samen kan doen met zijn baas. Ook veel gaan wandelen en fietsen hoort hierbij.
| Puinzoeken |

|
| Borre van het Twickelerveld |
DE CLUB
Er bestaat ook een rasvereniging voor de Hollandse Herders. Dit is de NHC, ofwel de Nederlandse
Herdershonden Club. Hoewel de naam verwarrend is, is het de rasvereniging van alleen de Hollandse Herders. Het is niet een
erg grote club, omdat er niet zoveel Hollandse Herders zijn. Er zijn ongeveer 2000 kortharen, 1200 lang-haren en 800 ruwharen.
Er zijn maar ongeveer 800 leden, maar dit zorgt er wel voor dat de meeste leden elkaar kennen.
De NHC organiseerd eens per jaar een clubmatch, waar alleen Hollandse Herders
gekeurd worden. Er is ook elk jaar een Nestendag. Hier worden hele nesten tegelijk gekeurd als de honden ongeveer een jaar
oud zijn. Ook komt er 10 keer per jaar een clubblad uit, worden er lezingen en discussie-avonden gehouden en worden er door
de leden, meestal eens per maand, de zogenaamde Hollanderwandelingen georganiseerd. Er wordt dan met een grote groep honden
gewandeld in het bos of bijvoorbeeld op Ameland.
De NHC heeft daarnaast commissies die
de kwaliteit van het ras in de gaten houden. Zij kijken onder andere welke honden een goede combinatie vormen om een nestje
te fokken.
| G&G |

|
| Rob Roy van de Vastenow |
EEN HOND VOOR U?
De Hollandse Herder is een fijne vriend om te hebben, maar het is geen hond voor iedereen. Hij
heeft een goede opvoeding nodig, anders kan hij, tegen zijn eigen wil in, probleemgedrag ontwikkelen. Dagelijks flink wat
beweging en samen trainen is nodig, anders gaat hij zich vervelen en daar kan hij nukkig van worden.
Maar als u zich hieraan houdt, zult u een unieke vriend voor het leven aan hem hebben!

|